Column

Floating Farm

Al enige tijd werd er gesproken over een boerderij in de Merwehaven vlak achter de Grensflat aan de Rotterdamsedijk. Recent is een groot betonnen ponton de Merwehaven ingevaren.
Er komen 40 koeien in een diervriendelijke vrijloopstal en onder in het ponton zit ook nog een kleine melkfabriek, zo luidt de enthousiaste aankondiging. En of het nog niet genoeg is, binnenkort komt er nog een ponton en daarop is plaats voor maar liefst 6000 kippen. Een drijvende bio-industrie in de eens zo machtige industrie haven.

De Merwehaven is echter niet van Schiedam, maar deze haven is met een stukje kade Rotterdams grondgebied. De komst van de drijvende boerderij midden in de stad is dus een zaak van Rotterdam. Een jaar of tien geleden dachten wij ook invloed te hebben op de komst van de bajesboten. Maar ook toen besliste Rotterdam wat goed was voor de samenleving in een uithoek van de eigen stad.

Maar goed, de drijvende boerderij komt er en wel onder de mooie naam Floating Farm.
Er komen dus koeien en kippen en in de nasleep van dit besluit maken de instanties zich nog druk over de mogelijke gezondheidsrisico’s. De GGD en de DCMR denken dat het wel mee zal vallen, maar de deskundigen van de Universiteit in Utrecht weten dat de kippen longontsteking kunnen veroorzaken. Bovendien hebben wij verhalen in ons hoofd over mensen die ziek worden omdat zij naast stallen met varkens en kippen wonen en in Brabant krijgen mensen Q-koorts van de geiten.

Het is interessant te lezen hoe de drijvende boerderij zichzelf verkoopt op het internet.
“De Floating Farm speelt in op de mondiale vraag naar kwaliteitszuivel en andere dag verse voedingsproducten en laat tegelijkertijd de beperkte beschikbare ruimte op het land en onze landschapskwaliteit intact.”
Maar speelt dit nu in Nederland ? Nee, natuurlijk niet en bovendien is het beleid er op gericht dat de veestapel moet krimpen. Over het hele land verspreid liggen keurige melkveeboerderijen met in de buurt melkfabrieken die iedere dag verse producten naar onze supermarkten brengen. Maar mondiaal is er nog wel een wereld te winnen, dus de opgave moet veel ruimer worden geformuleerd.

En nog een goede: “De Floating Farm is gebaseerd op de ‘koeientuin’: dit is een revolutionair stalconcept voor melkvee, dat volledig is ontwikkeld vanuit de wensen en het gedrag van de koe”.
De wensen en het gedrag van de koe. Wat een lariekoek. De koe houdt van een warme stal in de winter en van een koele stal in de zomer als het buiten heel warm is, zoals de afgelopen zomer.
Een groot spektakel voltrekt zich ieder voorjaar als de koeien na de winter weer naar buiten kunnen. Blijer kunnen de koeien met hun malle bokkensprongen niet zijn en veel mensen komen kijken.
Wat velen niet weten is dat de boeren meer betaald krijgen voor een liter weidemelk, want de consument wil dit product.

En verder: “Diervriendelijk, economisch verantwoord en dicht bij de consument. Zo brengen we mensen weer bewust in contact met de natuur en creëren we nieuwe verbindingen”.
Prachtige doelstelling. Maar diervriendelijk kun je deze koeienboerderij toch niet noemen, want de koeien willen de wei in. En economisch verantwoord lijkt mij dit gebeuren al helemaal niet.
De drijvende boerderij ziet er op het plaatje mooi uit, hoewel je niet direct door hebt dat het om een boerderij gaat. Het lijkt veel meer op een openlucht discotheek of een stadscamping. Als het niet gaat met die koeien, dan kunnen die pontons gewoon naar de Kop van Zuid worden gevaren.

Wat je maken kunt, hoeft niet altijd werkelijkheid te worden. Als je al iets wil, ontwikkel dan een ‘koeientuin’ voor bijvoorbeeld arme landen, waar de melk door de warmte de andere dag zuur is.
Toch ga ik binnenkort eens kijken aan de Gustoweg !

J. Oosterling