Column

Nieuwsuur

Het is leuk om je eigen buren en bekenden uit de wijk te zien op de nationale televisie. Het programma “Nieuwsuur” bracht een paar weken geleden een aantal dagen achtereen items over onze wijk onder het motto “van gezellige volksbuurt naar achterstandswijk”. De Polen en Bulgaren zijn in grote getale hier naar toe gekomen vanwege de goedkope woningen en de kruidenier op de hoek maakte plaats voor Poolse en Bulgaarse winkeltjes, zo vervolgde het verslag op de televisie.

Nieuwsuur liet een aantal goed bedoelde initiatieven van buurtbewoners zien die de wijk vooruit  moesten helpen. Een mevrouw die kookte voor anderen, een meneer die fietsen repareerde en de vrijwilligers van de buurtpreventie deden hun ronde. Maar met dergelijke goedbedoelde initiatieven win je geen oorlog tegen vuil op straat, geluidsoverlast en rommel dat naar buiten wordt gegooid, zoals anderen de situatie in de wijk beoordeelden bij Nieuwsuur. En “sinds de grenzen open zijn is het hier wel erg asociaal geworden” en “op straat hoor ik bijna niemand meer Nederlands praten”.

De wethouder voor wijkzaken legt het voor de camera nog eens allemaal uit: “het Westland en de Rotterdamse haven trekken veel arbeidskrachten uit Polen en Bulgarije aan en deze mensen betrekken de woningen in Schiedam-Oost, die groot en relatief goedkoop zijn”.

Een jaar of tien geleden heeft Schiedam-Oost de slag gemist. Ella Vogelaar, ooit minister voor Wonen, kwam met een zak geld voor veertig wijken in Nederland die er slecht aan toe waren. De wijk Oost verloor het van Nieuwland en die laatste wijk ging er met het grote geld vandoor.

In die tijd waren de grenzen met Oost-Europa open en veel werkers uit Oost-Europa kwamen naar Nederland met als gevolg de hierboven geschetste situatie. Deze mensen werden veelal gehuisvest in woningen in Schiedam-Oost, die dan weliswaar goedkoop waren maar ook niet al te best.

Er ontstonden vervelende situaties. Woningen werden door te veel mensen bewoond en uiteraard gaf dat veel overlast. Overbewoning werd het eufemistisch genoemd, maar voor veel oorspronkelijke bewoners was het aanleiding om de wijk te verlaten.

Gemeentelijk beleid om de situatie in Schiedam-Oost te verbeteren werkte niet echt.

Veel te laat kwam men met regelgeving om de huisvesting van de mensen uit Oost-Europe te verbeteren. Kamerbewoning in normale woningen werd toegestaan als er niet meer dan vier personen kwamen te wonen. Een wassen neus natuurlijk. Iedereen wist dat handhaving een onmogelijkheid was en feitelijk was het een legalisering van de aanwezige situatie.

Het initiatief om de particuliere woningen te verbeteren met gemeentelijke leningen tegen een laag rentetarief gaf wel enig resultaat. Echter, in de wijk Oost zijn veel woningeigenaren die de verbeteringen niet konden of wilden betalen. Voor die eerste groep is nog enige coulance op te brengen, maar onder die tweede groep bevinden zich de zogenaamde huisjesmelkers en deze lieden zijn slechts uit op een hoog rendement bij een zo laag mogelijke investering. Veel verbeteringen, als het al tot uitvoering kwam, werden dan ook slecht uitgevoerd en het toekomstig onderhoud is niet gegarandeerd. Het werd een zichzelf versterkend proces, de wijk verandert maar verbetert niet.

Een tot slot heeft de oplossing om een deel van de wijk te slopen (Buurt 15) en te vervangen door eengezinswoningen maar deels effect. Natuurlijk de cijfers in de statistiek worden beter, omdat er in de regel een koopkrachtiger publiek terugkeert. Maar een dergelijke nieuw buurtje verhoudt zich niet tot de bestaande wijk en vormt een zelfstandige enclave, zeker als de oorspronkelijke bewoners niet de mogelijkheid werd geboden terug te keren in de nieuwbouw.

En opnieuw staat onze wijk Schiedam-Oost in de kijker en is het tot achterstandwijk gebombardeerd.

J. Oosterling